Statenvragen: Stationsbelevingsmonitor 2025
Statenvragen: Stationsbelevingsmonitor 2025
Datum: 20-02-2026 Indiener: Tim Engelaar
In de recent verschenen Stationsbelevingsmonitor 2025¹, uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van NS en ProRail, blijkt dat van de 66 Gelderse stations één station een waardering van 8,1 behaalt, 51 stations een waardering tussen 7,0 en 7,9 behalen, 12 stations een waardering tussen 6,0 en 6,9 behalen en 2 stations een onvoldoende scoren met een waardering onder de 6,0.
De gemiddelde stationswaardering van Gelderse stations is daarmee marginaal gestegen van een 7,14 in 2024 naar een 7,17 in 2025, een toename van 0,03 punt. De PVV-fractie heeft naar aanleiding van de Stationsbelevingsmonitor 2025 de volgende vragen aan het college van GS.
Vragen 1. Is het college bekend met de Stationsbelevingsmonitor 2025? Zo ja, hoe reflecteert het college op de uitkomsten voor de Gelderse stations?
2. Hoe ziet het college de eigen rol en verantwoordelijkheid van de provincie bij de kwaliteit en beleving van stations door reizigers, gelet op de provinciale ambities op het gebied van openbaar vervoer en bereikbaarheid?
3. Kan het college aangeven welke bestuurlijke inzet en lobbyactiviteiten het college de afgelopen jaren heeft verricht richting ProRail en NS, wat hiervan de behaalde resultaten zijn geweest en in hoeverre deze aantoonbaar hebben bijgedragen aan een verbetering van de kwaliteit, sociale veiligheid en waardering van Gelderse stations?
4. Hanteert de provincie prioriteringscriteria bij het inbrengen van investeringswensen richting ProRail? Zo ja, welke criteria worden daarbij gehanteerd en in hoeverre wordt de stationswaardering, met name bij structureel laag scorende stations, expliciet meegewogen? Zo nee, waarom niet?
5. In zowel het Beleidskader bereikbaarheid als het Gelders programma bereikbaarheid wordt ingezet op een hoge klanttevredenheid bij OV-stations en -haltes, met als ambitie een waardering van minimaal een 7. Op welke wijze wordt binnen het Gelders programma bereikbaarheid gemonitord of deze norm wordt behaald, en welke concrete bijsturingsmaatregelen worden ingezet wanneer stations structureel onder deze norm blijven of vallen?
6. Wanneer verwacht het college dat alle Gelderse stations voldoen aan de provinciale ambitie van een reizigerswaardering van minimaal een 7?
7. Is het college het met de PVV eens dat het onwenselijk is dat station Nijmegen Dukenburg en station Arnhem Velperpoort na vele jaren nog steeds tot de laagst gewaardeerde stations van Nederland behoren? Zo ja, is het college bereid zich actief en aantoonbaar in te zetten richting ProRail en NS om te komen tot een gerichte verbeteragenda met concrete maatregelen om deze stations een structurele kwaliteitsimpuls te geven? Zo nee, is het college dan op zijn minst bereid om richting ProRail en NS actief te bevorderen dat deze stations hoger op de prioriteitenlijst van ProRail en NS voor investeringen en kwaliteitsverbeteringen worden geplaatst?
8. In Bijlage 1 (Overzicht projecten) van het Gelders programma bereikbaarheid wordt station Arnhem-Presikhaaf, dat ook al jaren tot de laagst gewaardeerde stations behoort, onder de opgave “OV en overstappunten” genoemd als te opwaarderen stationslocatie. Kan het college aangeven wat de huidige stand van zaken van dit project is en welke concrete maatregelen inmiddels zijn uitgevoerd of in voorbereiding zijn?
Tim Engelaar, Statenlid PVV Gelderland